SCHILDKLIERKRANT. nl
onafhankelijke berichtgeving door en voor mensen met schildklierproblemen
nummer 1-maart 2006


Schildklier? Nooit van gehoord...

De schildklier bevindt zich vlak onder het strottenhoofd, en weegt ongeveer 10 tot 20 gram. De schildklier maakt schildklierhormonen T4 en T3. Ze zijn nodig voor een normale lichamelijke en geestelijke ontwikkeling.

Schildklierhormonen worden in alle cellen afgeleverd. Daar geven ze de boodschap door om activiteit te ontplooien, om de stofwisseling te stimuleren en om de beschikbare energie goed te gebruiken.
Koude en warmte, voeding en medicijnen, leeftijd, ziekte en stress beïnvloeden de hoeveelheden T4 en T3. Op ieder moment van de dag past de schildklier zich aan die omstandigheden aan.


Foute adviezen in bijsluiter Cytomel

De bijsluiter meldt dat het middel zonder bezwaar gebruikt kan worden tijdens een zwangerschap. Maar volgens de huidige wetenschappelijk inzichten kunnen T3-producten een gevaar zijn voor een onbelemmerde zwangerschap.

Mensen die naast levothyroxine (T4 zoals Thyrax) ook liothyronine (T3 zoals Cytomel of thyreoïdum of Armour Thyroid) gebruiken hebben binnen enkele uren na inname in het bloed een T3-stijging. In de loop van de dag verdwijnt deze verhoging.
De T4 laat juist een verlaging zien bij mensen die naast de levothyroxine ook liothyronine gebruiken.

De foetus maakt in de hersenen zelf T3 aan door gebruik te maken van de T4 van de moeder. Dit fragiele systeem kan uit balans gebracht worden door de T3-pieken van de moeder.
De moeders hebben een ruime hoeveelheid T4 nodig om een goede hersenontwikkeling van het ongeboren kind te waarborgen. Lagere T4-waarden bij de moeder levert een gevaar op voor de neuropsychologische ontwikkeling van het kind.

In de bijsluiter van Cytomel (en van andere T3-producten) staat "Tijdens de zwangerschap dient een behandeling met schildklierhormonen te worden voortgezet. De doseringsbehoefte kan zelfs toenemen tijdens de zwangerschap. Tot op heden zijn er geen meldingen geweest van enig risico voor de foetus na uitgebreid gebruik tijdens de zwangerschap."

Deze informatie is gevaarlijk. Daarnaast staan in de bijsluiter te hoge doses. De geadviseerde hoeveelheid is gemiddeld een factor 2 tot 6 maal te groot.
Het wordt tijd dat de tekst van deze bijsluiter gewijzigd wordt.


T3 voor iedereen met een hypothyreoïdie?

Al enige decennia worden mensen bij wie de schildklier te weinig schildklierhormoon aanmaakt, behandeld met levothyroxine. Dit is synthetisch T4-schildklierhormoon. Een gezonde schildklier maakt voor het grootste deel T4 naast een beetje T3. Deze twee hormonen worden door een gezonde schildklier uitgescheiden in een verhouding van ongeveer 11: 1. Het T4 wordt waar nodig in het lichaam omgezet in het krachtige T3. Een behandeling met levothyroxine vervangt de T4 van een niet-werkende schildklier.
De kwaliteit van leven van mensen met deze behandeling is niet voor iedereen goed te noemen. Een substantiële groep patiënten blijft klachten houden.
Een onderzoek uit 1999 van Bunevicius et al verandert de berustende houding van deze groep. Bunevicius toont aan dat men zich beter voelt door toevoeging van T3 aan de levothyroxine. Gelijktijdige opkomst van Internet zorgt voor een wereldwijde verspreiding van het veelbelovende nieuws. Patiënten die niet goed herstellen willen aanvulling met T3. Veel artsen weigeren. Overal worden belangengroepen opgericht. Oude middelen komen uit de kast. Nieuwe wetenschappelijke onderzoeken volgen. Tot nu toe lukt het de medische onderzoekers niet de bevindingen van Bunevicius te herhalen. Toch blijven de patiënten zich vasthouden aan het hoopgevend artikel van Bunevicius.

Te weinig aandacht wordt besteed aan de nadelen van T3. Het middel heeft geen vertraagde afgifte. De hoeveelheid T3 die een gezonde schildklier verdeeld over 24 uur uitscheidt, wordt één of tweemaal daags ingenomen. Dat kan voor enkele groepen mensen gevaarlijk zijn.
Een uitgebreid artikel is te lezen op
http://www.schildklierwijzer.nl/nieuws.htm



In de volgende schildklierkrant.nl:
- jodiumgebruik
- behandeling met radioactiviteit


Aantal schildklierpatiënten in Nederland

Er zijn één miljoen mensen in Nederland met een schildklierfunctiestoornis.
De helft weet dat niet. Ze moeten gevonden worden.


Geschiedenis schildkliermedicatie

Tot 1890 worden af en toe stukjes schapenschildklier getransplanteerd in mensen waarvan de eigen schildklier niets meer doet. Ze voelen zich direct beter. Het middel is echter geen langdurig bestaan beschoren.
In 1891 worden warme
schapenschildklieren uitgeperst, waarna de vloeistof gemengd wordt met gelijke hoeveelheden gedestilleerd water. Dit mengsel wordt geïnjecteerd in mensen die geen schildklierwerking meer hebben, 10 druppels per spuit, iedere 3 weken. Het werkt wel, maar deze injecties bevallen ook niet zo goed.
Een jaar later schrijft Hector W.G. Mackenzie in The British Medical Journal dat hij een simpele oplossing heeft: het opeten van stukjes verse schapenschildklier. Dit is zo vies dat hij voorstelt het met een glaasje brandewijn in te nemen. Gelukkig worden de schildklieren al gauw gedroogd en vermalen. En in 1894 maakt Burroughs, Welcome, and Co.'s 'thyroid tabloids'. Hoffman-La Roche wordt in 1896 opgericht om ook een schildklierpreparaat te produceren. Organon ('t zit 'em in de naam) start in 1923 met insuline, en vier jaar later volgt de Nederlandse productie van het schildklierpoeder.
Hoewel de chemische structuur van levothyroxine al in 1927 bekend is, duurt het nog tot de jaren zeventig van de vorige eeuw voordat het synthetische product op grote schaal geproduceerd wordt.
Nederland is een van de laatste Europese landen waar levothyroxine (Thyrax) op de markt komt.

Omdat de schildklier niet alleen het hormoon levothyroxine (T4) maakt, maar ook triiodothyronine (T3), is onder patiënten een wereldwijde discussie gaande over behandeling van een niet werkende schildklier met T4 én T3. Tot nu toe hebben de wetenschappers een voorkeur voor behandeling met alleen T4. Maar patiënten willen meer, en zij vinden veel artsen bereid T3 voor te schrijven. De nadelen van een behandeling met T3 zijn nauwelijks bekend. Niet onder patiënten, noch onder de voorschrijvers van T3. Elders in deze krant meer informatie over dit onderwerp.


Schildklierproblemen moeten meer bekendheid krijgen.
Pas dan zullen mensen bereid zijn een bijdrage te geven voor wetenschappelijk onderzoek.
Geld is nodig voor wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappelijk onderzoek is nodig om te zorgen dat iedere schildklierpatiënt een passende behandeling krijgt.


Eén jaar CRoSS

Er bestaan nog geen schildklierrichtlijnen voor de internisten in Nederland. Daarom heeft de Nederlandsche Internisten Vereeniging, de NIV, in 2004 een commissie ingesteld om deze richtlijnen te ontwikkelen.

Het internisten-initiatief leidde bij enkele patiëntenorganisaties tot het verzamelen van knelpunten. Ruim een jaar geleden kwamen in Dordrecht voor het eerst de vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties bijeen om deze knelpunten te bespreken. Ook werden werkwijzen besproken. De bijeenkomst resulteerde in de oprichting van CRoSS, commissie richtlijnontwikkeling samenwerkende schildklierpatiëntenorganisaties.

Om het patiëntenperspectief te kunnen behartigen is bestudering en het bijhouden van wetenschappelijke publicaties een belangrijke taak van CRoSS. Daarnaast wordt met elkaar gedacht aan voorstellen om praktische zaken van de poliklinische behandeling te verbeteren.

In de loop van vorig jaar bleek dat ook de richtlijnen van schildklierfunctiestoornissen van de huisartsen aan revisie toe is. Dit heeft geleid tot een voorstel van CRoSS tot aanpassing van het concept van het Nederlands Huisartsen Genootschap, het NHG.

Komende zomer en herfst jaar zal voornamelijk verder gewerkt worden aan de richtlijnen van de internisten.
Door de grote verscheidenheid aan wensen van patiëntengroepen is het een kunst deze op klare en passende wijze over te brengen aan onze behandelaars. Tot dusver met resultaat.

Alle Nederlandse patiëntenorganisaties ondersteunen CRoSS. Namens de patiënten nemen de volgende mensen deel aan CRoSS:


Lottie van Starkenburg - HmnH
Niko de Jong - NVGP
Laura van Reijen - NVGP/Schildklierstichting
Peter Lakwijk - Schildklierstichting
Kiek Offenberg - Schildklierwijzer



Links voor informatie over schildklierziekten op alfabetische volgorde:*****

| HmnH | NVGP | SchildklierForum | Schildklierstichting | Schildklierwijzer | Stichting Schild |

© schildklierkrant.nl 2005